Blogs Armarium

Per 1 juli zijn de procesreglementen gewijzigd: dit moet je weten!

Geschreven door Robert Stallmann | 09 jul, 2026 13:25

Sinds 1 juli 2026 gelden nieuwe versies van verschillende procesreglementen van de Rechtspraak, onder meer voor bestuursrecht, familie- en jeugdrecht, handelsrecht, insolventie en kanton.  De wijzigingen variëren van technische aanpassingen rond digitaal procederen tot inhoudelijke verduidelijkingen over belanghebbenden en procedurele termijnen.  In dit blog geven we per rechtsgebied kort de belangrijkste wijzigingen weer, met links naar de volledige reglementen (bron: rechtspraak.nl).

Let op: dit overzicht is bedoeld om je snel op de hoogte te brengen van de recente wijzigingen. Om te weten of deze wijzigingen relevant zijn voor de specifieke situatie in een zaak, is het altijd verstandig om de nieuwste versie van een procesreglement te lezen. De tekst hieronder geeft de lezer slechts de wijzigingen weer die wij geconstateerd hebben.

De belangrijkste digitaliseringswijzigingen per 1 juli 2026 zijn:

 

Procesreglementen bestuursrecht en belastingrecht

Procesreglement bestuursrecht rechtbanken - vanaf 1 juli 2026 (pdf, 409 KB)

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van juli 2025:

1.1 Algemene bepalingen (Hoofdstuk 1)
  • Artikel 1.1 (Begripsbepalingen): bij de definitie van het 'aansluitpunt' zijn nu ook dienstbemiddelaars expliciet opgenomen als partij voor het geautomatiseerd berichtenverkeer.
  • Artikel 1.5 (Alternatieven voor aangetekende verzending): dit artikel was voorheen vervallen, maar bevat nu een nieuwe regeling. De rechtbank kan besluiten om stukken op een andere manier dan per aangetekende brief te verzenden. Als vastgesteld kan worden dat het stuk is afgeleverd op het (e-mail)adres van de partij, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een aangetekende verzending.
  • Artikel 1.8 (Digitaal procederen):
    • Lid 3: formulering voor partijen met een aansluitpunt gewijzigd van een verplichting ("procedeert") naar een mogelijkheid ("kan ... digitaal procederen").
    • Lid 6: expliciete verwijzing naar het vierde lid van het Technisch reglement bij de overstap naar digitaal procederen is verwijderd.
  • Artikel 1.11 (Indienen en ontvangen van stukken):
    • Lid 2: het aansluitpunt is expliciet toegevoegd als officieel kanaal voor digitale indiening.
    • Nieuw lid 5: wanneer stukken technisch niet verwerkt kunnen worden door het webportaal of aansluitpunt, kan de rechtbank op verzoek toestaan dat deze op een andere digitale manier worden ingediend.
  • Artikel 1.12 (Ontvangstbevestigingen): verwijzing naar de Awb aangepast van artikel 8:36c, vierde lid naar het tweede lid.
  • Artikel 1.13 (Partij op papier): lid 1 aangevuld zodat de griffier nu ook kopieën verzendt van stukken die door andere partijen via het aansluitpunt zijn ingediend.

1.2 De procedure en het vooronderzoek (Hoofdstuk 2)
  • Artikel 2.4 (Herstel verzuim): lid 5 versoepeld — waar de rechtbank de termijn na een retour gekomen aangetekende brief voorheen niet verlengde, kan zij deze termijn nu wel verlengen.
  • Artikel 2.8 (Beperking kennisneming – art. 8:29 Awb):
    • Lid 4: introductie van de term "ongeschoonde stukken" voor de vertrouwelijke versie, met een nieuwe verplichting om per tekstdeel aan te geven waarom een beroep op geheimhouding wordt gedaan.
    • Lid 5: introductie van de term "geschoonde stukken" voor de versie die de andere partij mag zien; deze moeten voortaan dezelfde bladspiegel hebben als de ongeschoonde stukken.
  • Artikel 2.14b (Opnamen van de zitting): volledig nieuw artikel. Verbiedt partijen en belangstellenden om beeld- of geluidsopnamen van de zitting te maken zonder voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de rechtbank; geldt ook voor online zittingen (voorheen stond een soortgelijke bepaling alleen specifiek voor online zittingen in art. 2.14a).

1.3 Verzet (Hoofdstuk 4)
  • Artikel 4.1 (Het verzet): lid 4 (voorheen lid 5) aangepast — de griffier meldt nu op welke termijn het verzet op zitting zal worden behandeld, in plaats van op welke wijze.

1.4 Vreemdelingenzaken (Hoofdstuk 8)
  • Artikel 8.1 (Vrijheidsontneming): toepassingsbereik uitgebreid naar besluiten tot verlenging van een maatregel; nieuw lid 3 stelt (vervolg)kennisgevingen gelijk aan (vervolg)beroep.
  • Artikel 8.2 (Berichtgeving): titel en inhoud gewijzigd — regelt nu dat een beroep aanhangig wordt door een kennisgeving van het bestuursorgaan, waarna de griffier de partijen informeert.
  • Artikel 8.4 (Stukken eerste beroep): termijn voor het bestuursorgaan om stukken in te dienen aanzienlijk verkort: uiterlijk de eerstvolgende werkdag na ontvangst van de kennisgeving (om 16:00 uur), in plaats van de derde werkdag vóór de zitting.
  • Afdeling 8.2 (Asielzaken): titel gewijzigd van "DE 4-WEKEN-ZAAK" naar "DE VERSNELDE BEHANDELING IN ASIELZAKEN".
  • Artikel 8.6 (Toepassingsbereik asiel): omschrijving verduidelijkt voor zaken waarin de rechtbank binnen 4 of 6 weken uitspraak moet doen.
  • Artikel 8.9 (Herstel verzuim asiel): nieuw lid 3 toegevoegd over het stellen van een termijn in een samenhangende voorlopige-voorzieningsprocedure.

1.5 Slotbepaling en bijlage
  • Artikel 9.1 (Slotbepaling): wijziging per 1 juli 2026 toegevoegd aan de lijst van wijzigingsdata.
  • Bijlage, Artikel 1, lid 5: voor digitaal procederen in andere zaken is toegevoegd dat dit ook kan via het aansluitpunt, als dit daarvoor is geopend.

 

Procesreglementen familie- en jeugdrecht

Procesreglementen familie- en jeugdrecht rechtbanken, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 1 MB) 

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de Procesreglementen familie- en jeugdrecht per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van januari 2026:

  • Bestandsnaamvoorschriften verhuizen uit het hoofdreglement naar een aparte tabel in de bijlage "Aanvullende bepalingen digitaal procederen" (alle reglementen, behalve Wvggz/Wzd).
  • Dossierinzage: heeft een partij een advocaat, dan heeft alleen die advocaat toegang tot het digitale dossier — niet de partij zelf.
  • Scheiding: de aansporing om een voorlopige voorziening apart van het scheidingsverzoek in te dienen is geschrapt (geen wettelijke grondslag voor een sanctie).
  • Adoptie (bijlage 3): het bewijsstuk "niet gehuwd/geregistreerd partner" bij geboorte is alleen nog nodig bij in het buitenland geboren kinderen; vervalt voor in Nederland geboren kinderen.
  • Adoptie (bijlage 4): de GI (gecertificeerde instelling) wordt niet meer standaard als belanghebbende aangemerkt (naar aanleiding van HR 12 juli 2024).
  • Civiel jeugdrecht art. 2.3: pleeg-/gezinshuisouders gelden het eerste jaar altijd als informant, niet als belanghebbende — ook bij perspectiefbiedende plaatsingen (besluit LOVF, december 2025).
  • Civiel jeugdrecht art. 2.4.14: bij tussentijdse verzoeken moet een recent plan van aanpak en recent verslag OTS worden overgelegd.
  • Bijzonderhedenformulier (bijlage B) is aangepast en maakt geen deel meer uit van het procesdossier.
  • Kleine correctie: de 10-dagentermijn in art. 5.9 Alimentatie en Bijstandsverhaal geldt ook voor alimentatiezaken (niet alleen bijstandsverhaal), zoals altijd bedoeld.

 

Procesreglementen handelsrecht

Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken handel en kanton, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 566 KB)

 Dit reglement is een samenvoeging van het procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken (9e versie) en het procesreglement rolzaken kanton (5e versie); de eerste versie trad op 1 juli 2025 in werking. 

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken handel en kanton per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van juli 2025:

  • Artikel 2.3 (Direct nazenden of afgeven processtukken bij Veilig Mailen): er is een specifieke deadline toegevoegd voor de ontvangst van de papieren stukken na verzending via Veilig Mailen. In 2025 moesten stukken enkel "direct" worden nagezonden; per 2026 moeten de papieren stukken vóór de roldag een week later door de rechtbank zijn ontvangen.

  • Artikel 2.6 (Indiening van processtukken en berichten – digitaal procederen): de algemene instructie voor bestandsnaamgeving is vervangen door een verplichte verwijzing naar de gedetailleerde regels in Bijlage II, paragraaf 10.2.2 (in 2025 volstond een bestandsnaam conform het soort stuk, bijv. 'conclusie van antwoord').

  • Artikel 2.14 (Ordening producties): regels voor nummering en presentatie van bewijsstukken aangescherpt en uitgebreid:

    • Nummering: in 2025 nog verkorte partijnaam + volgnummer verplicht; in 2026 volstaat een volgnummer, mits iedere partij een eigen doorlopende nummering hanteert.

    • Inhoudelijke toelichting: nieuw is de verplichting om relevante passages van de productie aan te duiden en een overzicht te geven van alle bijgevoegde producties met een korte aanduiding van de inhoud.

    • Digitale bestandsnaam: verwijst nu expliciet naar Bijlage II (10.2.2), in plaats van de eerdere voorbeeldnaam ('pietersenproductie1').

  • Artikel 3.1 (Indiening nieuwe zaak: dagvaarding en over te leggen stukken):

    • Indieningstermijn: verzwaard van "zo spoedig mogelijk" (2025) naar "direct na het uitbrengen" van de dagvaarding (2026); de eiser moet er nu expliciet voor zorgen dat deze uiterlijk op de dag vóór de roldatum is ontvangen.

    • Consumentenzaken (lid j): significante uitbreiding — naast de bestaande plicht om zich uit te laten over informatieplichten, moeten nu in alle consumentenzaken de algemene voorwaarden (zoals deze luidden bij het sluiten van de overeenkomst) als productie worden overgelegd.

  • Overig: de artikelen 2.23, 2.25, 2.26, 3.2, 4.4, 4.6, 5.3 en 6.4 zijn tekstueel verduidelijkt, zonder inhoudelijke wijziging.

Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 1 MB)

Samenvoeging van het procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank handel/voorzieningenrechter en het procesreglement verzoekschriften rechtbanken kanton, gericht op harmonisatie van de verzoekschriftprocedure.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van juli 2025:

  • Verduidelijkingen en tekstuele toevoegingen:

    • Artikel 1.4.2 (Inhoud verzoekschrift): toegevoegd dat adressen en e-mailadressen van partijen desgewenst in een afzonderlijke bijlage bij het verzoekschrift mogen worden opgenomen.

    • Artikel 3.3 (Einde arbeidsovereenkomst): nieuwe voetnoot (5) verduidelijkt dat onder 'verweerder' wordt verstaan: degenen tegen wie een verzoek is gericht, ongeacht of die persoon daadwerkelijk verweer voert.

    • Artikel 3.3.7 (Oproepen verweerder): hernoemd (was "Niet verschijnen verweerder") en inhoudelijk herzien. Vastgelegd is dat de verweerder in beginsel bij gewone brief wordt opgeroepen; verschijnt de verweerder niet en was deze niet per deurwaardersexploot opgeroepen, dan wordt een nieuwe zitting bepaald waarbij de verzoeker de verweerder alsnog per exploot moet oproepen.

    • Wetsverwijzingen naar het Rv in paragrafen 3.11 en 4.6 zijn geactualiseerd voor getuigenverhoren en deskundigenberichten.
  • Nieuwe bepaling over onttrekking van een advocaat:

    • Artikel 1.1.11 (Onttrekking (advocaat)gemachtigde): nieuw artikel. Een gemachtigde die zich wil onttrekken, moet dit schriftelijk melden aan de rechter, de opdrachtgever vooraf informeren over de gevolgen, en dit in het bericht aan de rechter bevestigen. Let op: door invoeging van dit artikel zijn de opvolgende artikelen in hoofdstuk 1 vernummerd.

  • Nieuwe bepaling over inzage, afschrift of uittreksel (gebaseerd op art. 196-200 en 204 Rv):

    • Kantonzaken (Artikel 3.11.6): regelt de procedure voor verzoeken tot inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens bij de kantonrechter.

    • Handelszaken (Artikel 4.6.7): vergelijkbare bepaling; de rechtbank is bevoegd als de bodemprocedure daar aanhangig zou worden gemaakt, maar de voorzieningenrechter beslist in spoedeisende zaken.

Procesreglementen insolventie

Landelijk procesreglement Whoa-zaken rechtbanken, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 738 KB)

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Landelijk procesreglement Whoa-zaken rechtbanken per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van juli 2025:

  • Informatie over procedures bij de Ondernemingskamer (OK): nieuwe verplichtingen en procesregels bij samenloop met een OK-procedure.

    • Artikel 2.3.1 (Inhoud verzoek): nieuw verplicht onderdeel — de verzoeker moet vermelden of hij partij is bij een OK-procedure en, zo ja, een korte samenvatting geven van de stand van zaken (ontbrak in 2025 volledig).

    • Artikel 4.3.3 (Samenloop OK/WHOA-procedure): volledig nieuw artikel. Een verzoeker die om een WHOA-voorziening vraagt terwijl er al een OK-procedure loopt, moet dit melden bij de raadsheer-commissaris van de Ondernemingskamer, die vervolgens (al dan niet op verzoek) inlichtingen aan de rechtbank kan verschaffen.

    • Artikel 4.3.4 (Instructie Observator): nieuw artikel. De rechtbank kan de observator opdragen de Ondernemingskamer te informeren over de stand van de WHOA-procedure; de observator informeert de rechtbank hier vervolgens weer over.

  • Artikel 6.4.1 (Oproeping stemgerechtigde partijen): aangescherpt — de verzoeker moet nadrukkelijker onderbouwen op welke wijze is voldaan aan de wettelijke oproepingsverplichting (art. 383 lid 5 Fw); de actieve bewijslast van de verzoeker wordt benadrukt.

  • Artikel 6.4.2 (Lijst namen van de te verschijnen partijen): geheel nieuwe bepaling. De verzoeker moet de namen van de opgeroepen partijen die hebben aangegeven te zullen verschijnen, uiterlijk twee werkdagen voor de zitting doorgeven aan de griffier (deze deadline/verplichting bestond in 2025 nog niet).

Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 1 MB)

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken per 1 juli 2026 ten opzichte van de versie van juli 2024:

  • Artikel 1.1.2 (Begripsbepalingen):

    • Digitaal dossier (lid d): omvat nu ook gegevens en stukken per surseance van betaling (voorheen alleen faillissementen en schuldsaneringsregelingen).

    • Mijn rechtspraak Toezicht (lid f): naam gewijzigd van 'Mijn Toezicht Faillissementen' naar 'Mijn Toezicht Faillissementen en Surseances van betaling'; toegang nu ook bedoeld voor bewindvoerders in surseances.

    • Webportaal (lid h): naamgeving aangepast aan de nieuwe gecombineerde omgeving voor faillissementen en surseances.

  • Artikel 1.1.4 (Mogelijkheid van digitaal procederen): surseance van betaling expliciet toegevoegd aan de lijst van zaken waarin digitaal procederen mogelijk is.

  • Hoofdstuk 5 (Verzoeken, verslagen en overige berichten aan de rechter-commissaris):

    • Artikel 5.1 (Toepasselijkheid): bepalingen over digitale indiening nu ook van toepassing op surseance van betaling.

    • Artikel 5.1.1 (Strekking): specifieke regels toegevoegd voor het afwikkelen van een surseance van betaling door de rechter-commissaris.

    • Artikel 5.5 (Berichten en mededelingen): digitale communicatie via het webportaal nu ook opengesteld voor lopende surseances van betaling.

  • Bijlage VI (Digitaal procederen): tekst geactualiseerd — curatoren en bewindvoerders kunnen verzoeken en verslagen voor surseances nu digitaal indienen via het vernieuwde portaal 'Mijn rechtspraak Toezicht Faillissementen en Surseances van betaling'.

 

Procesreglementen Hoge Raad der Nederlanden, diverse rechtsgebieden

Geen wijzigingen gevonden.

Procesreglementen kanton rechtbanken

Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken rechtbanken handel en kanton, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 566 KB)
Landelijk procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken: kanton, handel en voorzieningenrechter, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 1 MB)

Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton, inzake curatele, bewind en mentorschap, vanaf 1 juli 2026 (pdf, 514 KB)

Korte samenvatting: Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton, inzake curatele, bewind en mentorschap (CBM) — 4e versie, 1 juli 2026

  • Zelfstandig reglement specifiek voor CBM-zaken (curatele, bewind, mentorschap), dat het voorheen geldende algemene "Landelijk procesreglement verzoekschriften rechtbanken, kanton" (versie 1 februari 2022) heeft vervangen voor dit rechtsgebied.
  • De werkwijze en werkprocessen in CBM-zaken zijn uitgebreider beschreven dan voorheen.

 

Procesreglementen strafrecht

Geen wijzigingen gevonden.

 

Bovenstaande reglementen zijn landelijk. De gerechten hebben zelf aanvullende/afwijkende procedures en regelingen. Bekijk daarom altijd de regels en procedures van het gerecht waar de zaak dient. We hebben bij het schrijven van dit blog niet naar wijzigingen per gerecht gekeken. Laat het ons weten als er wel wijzigingen voor een specifiek reglement zijn. Dan kunnen we die hier ook vermelden.